‘Opvolgingsproces moet natuurlijk verlopen’

17-10-2018    13:42   |    Goedemorgen

Hoe geef je een opvolgingstraject concreet vorm? Welke issues komen hierbij kijken, en hoe ga je daarmee om? Zaken die bij Van Winden-Erica aan de orde van de dag zijn. Zoon Tom staat in de startblokken om het potplantenbedrijf over een aantal jaren over te nemen, terwijl vader André stappen terugdoet. Vader en zoon vertellen openhartig over dit proces, over wat daarbij komt kijken en over hoe zij hun bedrijf ‘toekomstproof’ maken. “Mijn vader geeft me steeds meer vrijheid. Dat gaat heel natuurlijk.”

Het bedrijf van de familie Van Winden ligt midden in tuinbouwgebied Erica, zo’n tien kilometer onder Emmen en ruim twee uur rijden van het ‘tuinbouwgeweld’ in het westen. Uit het verhaal van André van Winden (56) blijkt al snel dat deze locatie een bepalende rol heeft gespeeld in de bedrijfsontwikkeling. En nog steeds. “Onze familie komt van oorsprong uit Schipluiden, maar ‘emigreerde’ in de jaren vijftig naar Drenthe. Hier was meer ruimte. Aanvankelijk teelden ze groenten, later kwam de focus op tomaten te liggen. Toen ik in 1982 in het bedrijf stapte, werd het areaal uitgebreid en intensiveerden we de teelt.” 

Qua opbrengsten kon Van Winden echter niet mee met de producenten in het westen. “We hebben hier in Drenthe een landklimaat, wat betekent dat we op jaarbasis gemiddeld driehonderd uur minder licht hebben dan bijvoorbeeld in Zeeland. Dat had zijn weerslag op het aantal geoogste kilo’s. In 1986 besloot ik over te stappen naar de potplantenteelt, waarbij de hoeveelheid licht minder bepalend is.” 


[KLIK HIER VOOR GROTE VERSIE]

Onderscheidend in volume 
Van Winden specialiseerde zich in de teelt van groene kamerplanten. In de loop der jaren experimenteerde hij met verschillende varianten, maar inmiddels is Zamioculcas het grootste product. “Toen ik in 1995 aan de slag ging met deze exotische plantensoort, was hier nog nauwelijks iets over bekend. We moesten alles zelf uitvogelen; dit gaf ons een kennisvoorsprong.” 

 Inmiddels heeft Van Winden-Erica zeven hectare gereserveerd voor de productie van Zamioculcas, en is daarmee in ons land de grootste teler van deze groene kamerplant. “Doordat we grote aantallen kunnen leveren, onderscheiden we ons van telers in het westen. Hierdoor kiezen afnemers toch vaak voor ons.” 

 Naast groene kamerplanten teelt Van Winden-Erica een breed assortiment aan pot- en perkplanten: geraniums, violen, bolchrysanten, et cetera. “Om risicospreiding te creëren, zijn we hier in 2005 mee begonnen. Aanvankelijk telde Van Winden-Erica Perkplanten twee hectare, inmiddels zijn dat er vijf. In deze teelten onderscheiden we ons door een hoge kwaliteitsstandaard, waarbij we werken met teeltprogramma’s op maat.” 

Kans krijgen om fouten te maken 
Het pot- en perkplantenbedrijf wordt sinds 2013 gerund door zoon Tom (29). Aanvankelijk had de jonge Drent geen plannen om in het familiebedrijf te stappen, vertelt hij. “Ik kende het bedrijf van vakantiewerk, en natuurlijk uit de verhalen van mijn vader. Mijn gevoel was dat een eigen tuinbouwbedrijf synoniem stond aan hard werken. Tijdens mijn studie Technische Bedrijfskunde kreeg ik meer inzicht in wat het runnen van een bedrijf behelst, en zag ik dat er enorm veel facetten spelen. Dat veranderde mijn beeld en motiveerde om in de voetsporen van mijn vader te treden en het familiebedrijf voort te zetten.” 

Terwijl een beoogd opvolger meestal eerst een tijdje meewerkt in het bedrijf, werd Tom van Winden meteen in het diepe gegooid: hij werd eigenaar van Van Winden-Erica Perkplanten. Een bewuste keuze, geeft André van Winden aan. “Omdat Tom geen groene achtergrond had, moest hij de nodige teeltkennis opdoen. Het pot- en perkplantenbedrijf leende zich hier perfect voor, aangezien we hier veel verschillende producten telen met een relatief korte teeltduur. Ook kon hij op deze manier kennismaken met alle andere facetten van het ondernemerschap. Als jonge ondernemer moet je de kans krijgen om fouten te maken.” 

Toch betekent dit in de praktijk niet dat Tom volledig aan zijn lot wordt overgelaten. “Samen met Berry, de bedrijfsleider van de Zamioculcas-locatie en het hoofd verkoop, houd ik de vinger aan de pols”, zegt André van Winden. “Eigenlijk runnen we het totale bedrijf met zijn drieën.” 

Tom geeft aan dat hij deze ‘back-up’ als prettig ervaart. “Ik krijg in principe alle vrijheid op mijn bedrijf, maar vind het fijn om gebruik te kunnen maken van de kennis van mijn vader; hij heeft immers al veertig jaar ervaring. Daarom toets ik veel zaken bij hem. Ik hoef niet zo nodig te bewijzen dat ik het wel alleen kan. Dat komt ook doordat ik in het begin wel wat fouten heb gemaakt, wat mij heeft doen inzien hoe waardevol het advies van mijn vader eigenlijk is.” 

Geoliede machine: beheersbare processen en juiste mensen op juiste plek 
Vader en zoon Van Winden zitten op één lijn als het gaat om de toekomststrategie van hun bedrijf. Twee zaken zijn volgens de ondernemers van belang om ook in 2026 nog bestaansrecht te hebben: een beheersbare organisatie en een onderscheidend productassortiment. “Dit eerste hebben we inmiddels wel op de rails staan: ons bedrijf is een geoliede machine, waarin we alle processen tot in detail beheersen en de juiste mensen op de juiste plek zitten”, zegt André van Winden. “Maar dit ging niet vanzelf; het heeft me dertig jaar gekost om wat dit betreft alles op de rit te krijgen. Ik heb alle processen tot in detail ontrafeld en optimaal ingericht, zodat alles op het juiste moment en op de juiste plek gebeurt. Het gaat vaak om kleine dingen, maar om een bedrijf optimaal te kunnen laten draaien, moet je dit allemaal regelen en vastleggen. We laten niets aan het toeval over!” 

Strategie werpt vruchten af: meer vraag dan aanbod 
Het tweede speerpunt voor de toekomst is het telen van unieke, onderscheidende producten. “Onze ervaring van de afgelopen jaren heeft aangetoond dat het telen van speciale soorten groene kamerplanten potentie biedt”, zegt Tom van Winden. “Sinds vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de Europese teeltlicentie voor de Zamioculcas Raven, een groene kamerplant met zwart, gevederde bladeren. Ook zijn we het enige bedrijf in ons land dat Senecio ‘Mount Everest’ - ook een exotische groene kamerplant - mag telen in potmaat 15 en groter. Onze strategie werkt; de vraag naar deze soorten is op dit moment groter dan het aanbod. Daarom willen we nog meer inzetten op de teelt van exclusieve variëteiten, waarop we graag het alleenrecht van telen willen krijgen. Zo creëer je je eigen markt en maak je het bedrijf nog meer toekomstbestendig.” 

André van Winden richt zich op de toekomststrategie van het bedrijf; hier past ook de zoektocht naar deze unieke producten bij. Dat betekent dat hij veelvuldig contact heeft met veredelaars over eventuele interessante noviteiten. “Onderscheiden is het toverwoord richting de toekomst; om toekomstperspectief te houden, moet je als tuinder iets anders doen dan anderen. En zoals eerder aangegeven: vanwege onze locatie is die noodzaak nog groter dan wanneer je in het westen zit. Wanneer wij ons niet onderscheiden van telers in het westen van het land, hebben afnemers immers geen reden om voor ons te kiezen. Kortom: ondernemen in Drenthe vergt een groter onderscheidend vermogen.” 

Voorsorteren op overdracht 
Momenteel focust Tom zich op de perkplanten, geleidelijk aan komt daar de groene kamerplanten-locatie bij. Ook gaat hij strategische taken overnemen van zijn vader. André houdt zich sinds enkele jaren niet meer bezig met de dagelijkse gang van zaken op het bedrijf. “Dat heb ik lang genoeg gedaan, nu mogen anderen dat doen. Tom en Berry zijn verantwoordelijk voor de operationele zaken op beide locaties. Hoewel ik veelvuldig met hen overleg, richt ik me op strategische onderwerpen.” 

Het uiteindelijke doel is dat Tom het bedrijf helemaal zelfstandig gaat leiden. “Zoals het er nu uitziet, zal dat binnen een jaar of vijf tot tien het geval zijn”, zegt Tom van Winden. “We sorteren daar nu al op voor: mijn vader geeft me langzaam maar zeker steeds meer vrijheid, doet bewust en onbewust vaker stappen terug. Dat gaat heel natuurlijk en geleidelijk, doordat hij ziet dat ik zaken op de juiste manier aanpak en ook alleen kan. En zo moet het ook gaan; een dergelijk proces kun je niet forceren. Maar we hebben ook regelmatig gesprekken over hoe het toekomstplaatje eruit gaat zien. Zelf vind ik het belangrijk om geen ‘kopie’ te worden van mijn voorganger, maar mijn eigen stempel op het bedrijf te drukken. Dat is niet eenvoudig; een studiegroep als ‘Grenzeloos Groeien’ - waarin louter jonge ondernemers zitten - helpt me hier echt bij.” 

Duidelijk is in ieder geval dat in de nabije toekomst een externe manager moet worden aangetrokken voor het pot- en perkplantenbedrijf, zodat Tom meer ruimte krijgt voor ondernemers- en managementtaken. “We hebben al iemand op het oog”, geeft hij aan. “Maar het kost tijd om zo iemand op te leiden en in te werken.” 

Gaandeweg het gesprek blijkt dat vader en zoon Van Winden, ondanks dat ze het in grote lijnen eens zijn over de toekomststrategie, op punten ook verschillende visies hebben. Dat botst af en toe. Zo verwacht Tom dat de teler naar de toekomst toe een minder grote rol zal gaan spelen in de kas; volgens hem zijn een zelfsturend teeltsysteem en een autonome kas zeker geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer. Zijn vader denkt daar heel anders over. “Jaren geleden hadden ze het er al over dat dit zou gaan gebeuren, maar het is nog steeds niet zover gekomen. Daarbij: wij hebben planten in zoveel verschillende fasen staan; hoe ga je dat qua watergift bijvoorbeeld allemaal regelen? Dat zie ik niet zomaar gebeuren. Maar Tom moet het in de toekomst doen, dus dat laat ik aan hem.” 

Behoud van marktpositie als primair toekomstdoel 
De jonge ondernemer sluit niet uit dat op termijn ook ‘externen’ aandelen krijgen in het bedrijf. “Dat is nu nog niet aan de orde, maar wanneer het bedrijf hierdoor op punten sterker kan worden, hoort dat zeker tot de mogelijkheden. Net zoals het aangaan van een joint-venture met een ander bedrijf of mogelijk zelfs een fusie, wanneer we onze marktpositie hiermee verder kunnen versterken. Dat is voor mij belangrijker dan dat de naam Van Winden-Erica blijft bestaan.” 

Tom wil wel de garantie hebben dat de waarden van het bedrijf behouden blijven. “Van Winden-Erica staat voor een constant product en betrouwbaarheid. Deze waarden wil ik niet overboord gooien; een fusie moet vooral bijdragen aan het versterken van de kracht van je bedrijf. Maar zoals gezegd: vooralsnog is een joint-venture of fusie niet aan de orde en blijven we op eigen benen staan.” 

Gepassioneerd en bevlogen 
Tot slot: Wat zijn volgens de ondernemers de kritische succesfactoren bij een bedrijfsopvolging? En waar liggen de valkuilen? “Om een overname tot een succes te maken, moet je een bedrijf echt wíllen overnemen”, benadrukt Tom. “Het ondernemen en tuinder zijn, moet je liggen en aantrekken. Want als je iets echt leuk vindt, gepassioneerd en bevlogen bent, pik je zaken makkelijker op en loopt het allemaal soepeler. Daarbij moet je jezelf continu voor ogen houden waar het om draait - mooie planten maken! - en wat daarbij komt kijken. Het voortdurend up-to-date en onder controle houden van processen is daarbij essentieel. En hiervoor moet je vooral de juiste mensen op de juiste plek hebben zitten; mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Die basis heeft mijn vader gelegd.” 

 

# # #

 

‘Groene’ kennis must om bedrijf goed te kunnen leiden’ 
Vaak wordt beweerd dat een tuinder anno 2018 vooral moet beschikken over de juiste ondernemerskwaliteiten, de befaamde ‘groene vingers’ zouden minder van belang zijn. Een stelling waar André en Tom van Winden het absoluut niet mee eens zijn. “Om een bedrijf goed te kunnen leiden, móet je kennis van de teelt hebben”, onderstreept André van Winden. “We verdienen immers ons geld met planten maken; dan is het ondenkbaar dat je geen teelttechnisch inzicht hebt. Als ondernemer blijf je immer altijd eindverantwoordelijk en moet je dus kunnen beoordelen of de afgeleverde planten voldoen aan jouw kwaliteitsstandaard. Zeker bij een ingewikkelde teelt als Zamioculcas is dit belangrijk, maar dit geldt in feite voor alle gewassen. Daarnaast heb je een back-up nodig wanneer je teeltman met vakantie is, en is het belangrijk om gevoel te hebben bij wat er in je bedrijf gebeurt. Teelttechnisch inzicht is een must om een bedrijf goed te kunnen leiden.” 

 

# # #

 

‘Binnen een familiebedrijf kun je honderd procent kennis overdragen’ 
Tom van Winden waardeert het dat zijn vader altijd oprecht is in zijn adviezen, geen blad voor de mond neemt als hij dingen fout doet. “Dat komt soms hard binnen, maar het brengt je ook niet verder wanneer je ego alleen maar wordt gestreeld. Daarbij weet ik dat hij het beste voorheeft met het bedrijf. In de manier waarop wij met elkaar omgaan, schuilt ook één van de grootste voordelen van een familiebedrijf: je kunt alles tegen elkaar zeggen. Tegenover personeel ben je vaak toch wat voorzichtiger.” 

Zijn vader voegt toe: “Wanneer je als familie een bedrijf runt, kun je honderd procent kennis overdragen; je hoeft niet bang te zijn dat deze informatie uiteindelijk bij de concurrent komt te liggen.” 

André van Winden waardeert vooral het doorzettingsvermogen van zijn zoon en het enthousiasme dat hij heeft voor alles wat op zijn pad komt. “Hij gaat er echt voor en staat open voor nieuwe dingen. Dat is mooi om te zien, zelf ben ik wat terughoudender in veel zaken. Als de vijfde vertegenwoordiger van potgrond aanklopt, heb ik daar bijvoorbeeld geen interesse in, terwijl Tom rustig nog het gesprek aangaat. Ik heb veel zaken al eens gezien en meegemaakt; been there, done that. Tom wil alles nog ontdekken; en dat is ook goed.” 

 

# # #

 

Over Van Winden-Erica 

Eigenaren: André en Tom van Winden 

Locatie: Erica 

Opgericht in: 1947. De ouders van André van Winden verplaatsten hun bedrijf in de jaren vijftig van Schipluiden naar Erica. Aanvankelijk teelden ze meerdere soorten groenten, later werd geswitcht naar tomaten en uiteindelijk kwam de focus op potplanten te liggen. 

Aantal hectares: Twaalf (zeven hectare groene kamerplanten en vijf hectare pot- en perkplanten). In 2019 komt hier nog 1,6 hectare glas bij, dat wordt aangekocht van een buurman. 

Assortiment: Groene kamerplanten (met name Zamioculcas) en breed assortiment aan pot-en perkplanten (geraniums, violen, bolchrysanten, et cetera) 

Aantal medewerkers: Dertig vaste medewerkers en tien uitzendkrachten. In piekperioden wordt het aantal uitzendkrachten opgeschaald naar honderd. 

Verkoop: De verkoop loopt via diverse kanalen, waaronder Royal FloraHolland. Ook directe handel is belangrijk. Met de meeste klanten worden langetermijnafspraken gemaakt. Van Winden-Erica probeert zich zoveel mogelijk te positioneren in het midden- tot hoge segment. “Sommige klanten kunnen we alleen beleveren doordat wij staan voor kwaliteit en betrouwbaarheid en bepaalde productaantallen kunnen leveren. Daar zijn we trots op.” 


Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties

Reageer op dit bericht

Meer nieuws

Er is er weer eentje jarig!

Onze fotograaf Glenn is jarig. Niet dat hij veel tijd heeft om jarig te zijn, want hij moet KAS Magazine opmaken. Die gaat immers maandag...